|
Nadat Rome een Republiek werd in 509 v.C., werd de stad geregeerd door magistraten. Iedere Romeinse burger mocht zich kandidaat stellen voor de verscheidene magistraturen, afhankelijk van zijn status als patriciër of plebejer. De politieke carrière van een Romeinse burger verliep volgens een vaste loopbaan die cursus honorum werd genoemd. Men moest iedere ambt – waar altijd een minimumleeftijd aan vast hing – op dezelfde volgorde doorlopen. Onder de Keizertijd werd de cursus honorum uitgebreid met extra ambten en veranderde ook de minimumleeftijd voor ieder ambt.
|
|||
|
Quastor |
|||
|
Tijdens de Republiek kon een man aan zijn politieke loopbaan beginnen nadat hij zijn dienstplicht vervuld had. Het eerste ambt van de cursus honorum was dat van quaestor waarvoor men minstens 30 jaar oud moest zijn. In het begin waren er slechts 2 quaestoren die aan het hoofd stonden van de staatskas (aerarium). Terwijl Rome groeide en er provincies bijkwamen, steeg ook het aantal quaestoren die instonden voor de financiële regelingen. Tijdens de Keizertijd kon men vanaf 18 jaar al aan zijn cursus honorum beginnen met als eerste ambt vigintivir. Twee jaar later kon men militaire tribuun worden. Vanaf 25 jaar kon men al quaestor worden. Er kwamen ook 2 quaestoren bij die door de keizer zelf benoemd werden. Wie die job kon bemachtigen, kon een belangrijk ambtenaar worden.
|
|||
|
Aediel/tribuun |
|||
|
Vanaf 37 jaar kon men aediel of tribuun worden. Tijdens de Keizertijd werd de leeftijd verlaagd naar 27 jaar. De plebejische aedielen organiseerden de Plebejische Spelen terwijl de curulische aedielen instonden voor de Romeinse Spelen. Verder stonden deze aedielen ook in voor het onderhoud van publieke gebouwen in Rome en waren ze verantwoordelijk voor de voedsel- en watervoorzieningen in de Stad.
|
|||
|
Praetor |
|||
|
Het volgende ambt was dat van praetor met een minimumleeftijd van 40 jaar. De praetor urbanus was van patricische afkomst en was verantwoordelijk voor de administratie van justitie in Rome. De praetor peregrinus die van plebejische afkomst was, had dezelfde taak voor Italië. Het aantal praetoren steeg tot 12 en zij stonden in voor de andere provincies. Tijdens de Keizertijd daalde de minimumleeftijd naar 30 jaar. Het aantal praetoren steeg tot 18 en kregen ze een extra taak, namelijk het financieren van de Spelen.
|
|||
|
Consul |
|||
|
Vanaf zijn 43e en na alle andere ambten te hebben uitgeoefend, kon iemand consul worden. Tijdens de Republiek waren er steeds 2 consuls die ook hun naam aan het jaar gaven. Zij regeerden over de republiek met behulp van de senaat. Zij hadden elk het commando over 2 legioenen en ze hadden ook de hoogste juridische macht. Iemand kon meerdere keren verkozen worden als consul, maar er moest 10 jaar tussen elke verkiezing zitten. Naar het einde van de Republiek toe, verdwijnt die wachttijd. Tijdens de Keizertijd kon men al consul worden vanaf 32 jaar. Het ambt van de consuls bleef bestaan, maar verminderde hun macht ten voordele van de keizer.
|
|||
|
|
|||
|
|
|
||