Het Kamp

HOME

 
     
 

Indeling leger | Legionairs | Belegeringstuigen | Tactieken

 
 

Kledij | Defensieve uitrusting | Offensieve uitrusting | Marsuitrusting | Pioniersuitrusting

 
       
 

Helm (Cassis/Galea)

     
 

Aangezien het hoofd zeer kwetsbaar is en een treffer op een onbeschermd hoofd vaak het einde kon betekenen voor een soldaat, was een helm één van de meest belangrijke onderdelen van de defensieve uitrusting van de Romeinse soldaat. In de 1ste eeuw n. Chr. waren er tal van helmtypes in gebruik in het Romeinse leger. Uniformiteit bestond er niet. In deze periode werden er helmen gemaakt uit messing of uit ijzer. De ijzeren helmen werden vaak versierd met messingonderdelen.

 
 

Op vele helmen kon versiering geplaatst worden. Deze kon bestaan uit een kam (crista) van paardenhaar of veren, uit een paardenstaart of uit aparte pluimen die in speciaal daarvoor voorziene houdertjes werden geplaatst. De centurio droeg steeds een dwarse helmkam (crista transversa) als teken van zijn rang en om gemakkelijk geïdentificeerd te kunnen worden op het slagveld. Bij gewone soldaten werd de kam in de lengterichting op de helm geplaatst. De voornaamste functie van deze helmkam was om groter te lijken en de vijand te intimideren.

 
       
 

Harnas (Lorica):

Spierkuras (Lorica Musculata)

     
 

Dit harnastype werd door de Romeinen overgenomen van de Grieken. Het harnas bestond uit een borstplaat en een rugplaat. In de vroege Republiek werd dit harnas gedragen door gegoede soldaten en officieren. Tijdens de 1ste eeuw n. Chr. was het spierkuras voorbehouden voor hoge Romeinse officieren. Enkel tribunen, legaten en keizers droegen een dergelijk pantser. Qua comfort en defensieve kwaliteiten was de lorica musculata inferieur aan de andere beschikbare harnastypes. Voor de hoge officieren die zich meestal niet in het hevigste strijdgewoel begaven was dit echter niet zo belangrijk. Het spierkuras werd vooral gedragen wegens het klassieke hellenistische uitzicht en als teken van hoge rang. Waarschijnlijk waren deze harnassen steeds gemaakt uit messing of brons. Het kuras van zeer gegoede officieren kon verzilverd of verguld zijn.

 
         
 

Maliënkolder (Lorica Hamata)

     
 

De lorica hamata werd door de Romeinen van de Kelten overgenomen. Vanaf de 2de eeuw v. Chr. waren de meeste Romeinse soldaten uitgerust met een maliënkolder. Dit harnastype bleef in gebruik tot het einde van het Romeinse rijk en was daarmee het langst gebruikte harnastype in het Romeinse leger. Dit pantser werd zowel gedragen door Romeinse legionairs, als door soldaten van de hulptroepen (auxilia). De lorica hamata was opgebouwd uit afwisselend een rij ronde, uit draad gemaakte ringen die gesloten werden met een klinknageltje en een rij platte, uit plaat geslagen ringen. De maliënkolder was gemaakt uit verschillende duizenden van dergelijke ijzeren ringetjes met een binnendiameter tussen 3mm en 9mm. De lengte van de maliënkolder in de eerste eeuw n. Chr. varieerde. Er waren zowel modellen zonder mouwen alsook met korte mouwen in gebruik. De meeste exemplaren waren voorzien van een extra laag maliën op de schouders. Dit was dan ook de plaats waar de meeste houwen van lange slagzwaarden op terecht kwamen. Deze schouderbescherming werd dicht tegen de nek gehouden met behulp van bronzen haken die op de borst bevestigd werden.  

 
       
 

Schubbenpantser (Lorica Squamata)

   
 

Het gebruik van de lorica squamata was minder wijd verspreid dan dat van de maliënkolder. Dit harnas bestond uit enkele duizenden messing of soms ook ijzeren schubben. Deze schubben konden vertind zijn om onderhoud te vergemakkelijken. De schubben werden aan elkaar bevestigd en daarna op een stoffen ondervest vastgenaaid. Het harnas was minder defensief dan de maliënkolder maar wel lichter en had een zéér aantrekkelijk uitzicht. Vandaar dat het vaak het harnas van keuze lijkt te zijn geweest van officieren en onderofficieren. Het harnas werd echter gedragen door alle rangen en zowel door legionairs als door hulptroepen.

 
       
 

Platenharnas (Lorica Segmentata)

   
 

De naam ‘lorica segmentata’ werd niet door de Romeinen gebruikt maar is een moderne term. Dit harnas was een Romeinse uitvinding en werd waarschijnlijk voor het eerst gedragen door gladiatoren. Het harnastype was zeker al in gebruik in het begin van de 1ste eeuw n. Chr. Het evolueerde in vorm tot het einde van de 3de eeuw n. Chr. en verdween daarna weer uit de rangen van het Romeinse leger. Het harnas bestond uit een 40-tal ijzeren platen die aan de binnenzijde met lederen riemen werden samengehouden. De constructie was zeer ingenieus en resulteerde in een sterk, maar toch relatief flexibel pantser. Het harnas lijkt enkel gedragen te zijn geweest door legionairs en niet door de hulptroepen. Officieren en onderofficieren werden nooit met dit harnastype afgebeeld. Het platenharnas beschermde beter tegen klappen dan de maliënkolder en het schubbenpantser. Het was wel een grotere belemmering voor de mobiliteit en sterker onderhevig aan slijtage en beschadiging dan de andere harnastypes.

 
       
 

Subarmalis

     
 

Onder het harnas en over de tuniek droeg de Romeinse soldaat een vest. Dit vest was waarschijnlijk gemaakt uit textiel en vaak opgevuld met één of ander materiaal. De functie van dit vest was het beschermen van de onderkledij en het lichaam tegen het schuren van het harnas. Een andere functie die vooral in het geval van de lorica hamata belangrijk was, was het dempen van de kracht van treffers. Zonder dit vest was de defensieve kwaliteit van dit harnastype haast onbestaande.

De subarmalis die onder een lorica hamata en lorica squamata werd gedragen was vaak voorzien van een lendenrok die bestond uit stroken gelaagd linnen, pteryges genoemd. Ook leder kan gebruikt geweest, hoewel dit materiaal niet zo’n goede bescherming biedt. Vaak bestond deze rok uit verschillende lagen stroken op elkaar. Ook op de schouders waren vaak pteryges aanwezig, en ook hier waren het meestal meerdere lagen. Niet alleen officieren maar ook gewone soldaten en zowel legionairs als hulptroepen konden een subarmalis met pteryges dragen.

 
       
 

Halsdoek (Focale)

     
  De soldaat droeg rond zijn nek een wollen of linnen sjaal die hem beschermde tegen het schuren van het harnas, oppervlakkige snijwonden en de koude. Tevens fungeerde hij als zweetdoek. De sjaal lijkt meestal rechthoekig en zeer lang te zijn geweest. Re-enactors dragen vaak een driehoekige halsdoek. Hiervoor is echter weinig historisch bewijs gevonden.  
       
 

Schild (Scutum)

     
 

In de 1ste eeuw n. Chr. werden verschillende schildtypes gebruikt in het Romeinse leger. Het schild was de voornaamste verdediging van de Romeinse soldaat. Het harnas diende in principe enkel als laatste redmiddel tegen aanvallen die het schild wisten te omzeilen. In het lijf aan lijf gevecht kon het schild ook offensief gebruikt worden.

Romeinse schilden werden gemaakt uit drie lagen houten planken die op elkaar werden vastgelijmd. De schilden werden daarna bekleed met linnen en ongelooid leder. Op de voorzijde van het schild werd het embleem van de eenheid geschilderd. Het is niet duidelijk of dit embleem hetzelfde was voor een gans legioen of dat het verschilde per cohorte of centurie.

 
         
 

Rechthoekig schild (Scutum)

     
 

In het begin van de 1ste eeuw n. Chr. droeg de legionair een groot gebogen schild met evenwijdige rechte boven- en onderrand en naar buiten gebogen zijranden. Vanaf het midden van de 1ste eeuw n. Chr. lijkt het rechthoekige schild algemeen verspreid te zijn geweest bij de legioensoldaten. Dit schild kon afgeronde of rechte hoeken hebben. Deze schilden waren voorzien van een rand uit messing of ongelooid leder. De hand werd beschermd door een rechthoekige metalen schildknop (Umbo). Deze schildknoppen konden gemaakt zijn uit ijzer of uit messing. De rechthoekige schilden konden tegen elkaar geplaatst worden om een schildmuur te vormen. Ook leende de vorm van deze schilden zich uitstekend tot het vormen van de bekende schildpad formatie.

 
         
 

Ovaal schild (Clipeus)

     
 

Het ovale schild werd in de 1ste eeuw n. Chr. gedragen door de infanterie van de hulptroepen en door de cavalerie. Dit schild was lichter en handelbaarder dan het rechthoekige schild van de legionairs. De schildknop van deze schilden was niet rechthoekig maar rond. Ook deze schilden konden een rand uit messing of ongelooid leder hebben.

 
         
 

Rond schild (Parma)

 

 

 
 

Veldtekendragers en hoornblazers droegen een klein rond schild met ronde schildknop. Dit schild werd meestal aan een riem op de rug gedragen aangezien deze personen meestal hun beide handen voor andere zaken nodig hadden. Een groot schild zoals de gewone soldaten droegen was voor deze soldaten te onhandig.

 

naar boven