De
Tempel |
|||
|
Tempelgebouw | Priesterschappen | Publieke religie | Private religie | Ceremoniën | Kledij | Fasti |
|||
|
De Romeinse kalender of Fasti |
|||
|
De Romeinse kalender was oorspronkelijk een maankalender. De eerste dag van de maand was de dag waarop de maan net terug zichtbaar werd na nieuwe maan. Deze dag werd de Kalenden genoemd en een priester meldde op deze dag wanneer de Nonen en de Iden zouden plaatsvinden. De Nonen vielen op de dag waarop de maan het eerste kwartier bereikte. De Iden vielen tijdens volle maan. Op een gegeven moment is men afgestapt van het volgen van de maan, maar de Kalenden, Nonen en Iden overleefden. De eerste dag van de maand bleef voorbehouden voor de Kalenden. De Nonen vielen op de vijfde of zevende dag, al naargelang het een korte of lange maand was en de Iden lagen vast op de dertiende of vijftiende dag. Daarnaast werd ook het sociale leven vastgelegd door de kalender. Op de dies fasti waren juridische processen toegestaan. Op deze dagen mochten burgers een proces voor het burgerlijk gerecht en de praetor urbis brengen. Tijdens de dies nefasti waren juridische handelingen niet toegestaan. Op deze dagen waren de dies comitiales ook niet toegestaan. De dies comitiales waren de dagen waarop de comitia, assemblees van Romeinse burgers, kon samengeroepen worden om te stemmen over nieuwe wetten of een verdict bij een proces.
Een handvol dagen werden endotercisus genoemd. De ochtend was nefastus. Tijdens de dag werd er een bloedig offer gebracht en was de dag fastus. ’s Avonds, na het beëindigen van het offer werd de dag weer nefastus. Tweemaal per jaar was de dag Q.R.C.F., Quando Rex Comitiavit Fas. De dag begon nefastus totdat de Rex Sacrorum een ritueel had beëindigd. Vanaf dan was de dag fastus. Op 15 juni gebeurde iets gelijkaardig. De dag werd aangegeven met Q.ST. (of S.) D.F. wat stond voor Quando Stercus Delatum Fas. De stercus werd uit de tempel van Vesta verwijderd en de dag ging van nefastus naar fastus. Deze drie dagen werden dies fissi genoemd.
Ten laatste waren er nog drie dagen die feriae stativae genoemd werden. Op deze dagen werden jaarlijks een aantal religieuze ceremonieën gehouden. |
|||
|
fasti antiates maiores |
|||