De Domus

HOME

 
     
 

Indeling huis | Kledij | Kapsels | Schmink | Juwelen | Handwerk | Winkel

 
 

 

   
 

Naaldbinden

 

 

 
 

De techniek van het naaldbinden was reeds in de Romeinse periode gekend. Aan de hand van archeologische resten heeft men ontdekt dat men verschillende technieken had ontwikkeld om verschillende patronen te creëren tijdens het naaldbinden. Deze techniek werd tot in de middeleeuwen gehanteerd om ondermeer sokken, mutsen, enz… te maken.

De techniek is een combinatie tussen breien en haken. Met een naald wordt er een draad door op voorhand gemaakte lussen gestoken. Op deze manier wordt er een patroon gecreëerd van rijen lussen.

 
   

 

 
 

Bandweven

     
 

De techniek van het bandweven was reeds in de ijzertijd gekend en werd gebruikt om eenvoudige sierbanden te maken. 

De weefkam is het belangrijkste instrument voor deze vorm van handwerk. De weefkam is een houten plaatje dat achtereenvolgens voorzien is van een gleuf en een gaatje. Hierdoor is er een mogelijkheid om twee rijen draden van elkaar te scheiden. Om een band te maken moet men horizontaal tussen de twee rijen draden een losse draad rijgen. Vervolgens trekt men de kam naar beneden, waardoor de draden wisselen van plaats. In deze positie wordt er opnieuw horizontaal een draad getrokken. In een volgende stap wordt de weefkam naar boven geduwd, enz…

In de 1e eeuw n.C. maakte men hoofdzakelijk gebruik van deze techniek om banden te maken. De kleding van de vrouwen kon versierd worden met deze banden of men kon de band als gordel gebruiken.

 
 

 

 

 
 

Kaartweven

     
 

De oudst gekende kaartweefsels komen uit Denemarken en zijn te dateren in de vroege Ijzertijd.  Voor vroegere periodes zijn er tot nu toe geen bewijzen gevonden.

In de Romeinse periode werd het kaartweven beschouwd als een boerenambacht. Later werd de waarde van deze techniek vergroot en uitgevoerd door een divers aantal mensen.

In de 1e eeuw n.C. maakt men vooral lineaire patronen. Een gordel die gemaakt was met deze techniek bood veel meer stevigheid dan een gebandweefde gordel. Vaak was deze techniek ook een oplossing tegen het uitrafelen van stoffen. Na de Romeinse periode ontstaan er ingewikkelde patronen in het weefsysteem en worden de banden vaak echte kunstwerken.

Na de middeleeuwen verloor het kaartweven zijn populariteit.

Het principe van kaartweven: de draden worden geregen door gaten (in de hoeken) van meestal vierkante plaatjes of kaartjes. Na de dradenketting te hebben gespannen, b.v. tussen een vast punt en de ceintuur van de wever, worden de kaartjes gegroepeerd tot een pak. Hierbij ontstaat een opening tussen de twee lagen van kettingdraden waar de inslagdraad tussendoor passeert. Als de kaarten steeds een kwartslag in dezelfde richting verder worden gedraaid, komen de verschillende kettingdraden om de beurt boven. Zo ontstaan koorden, die door de inslag met elkaar worden verbonden tot een compact geheel. Hierdoor verschilt de kaartweefstructuur wezenlijk van die van andere weefsels. De breedte van het werkstuk is afhankelijk van de hoeveelheid gebruikte weefkaarten.

bron: http://home-3.tiscali.nl/~robfigee/vanepen/index.html, site van Marijke van Epen.

 

naar boven