Het
Kamp |
|||||
|
Kledij | Defensieve uitrusting | Offensieve uitrusting | Marsuitrusting | Pioniersuitrusting |
|||||
|
Werpspeer (Pilum) |
|||||
|
Legionairs waren bewapend met een speciaal type werpspeer die pilum werd genoemd. In het begin van de 1ste eeuw n. Chr. droeg elke legionair twee werpsperen, namelijk een lichte en een zware pilum. In de loop van deze eeuw werd dit gereduceerd tot enkel een zware pilum per legionair. De vormgeving zorgde ervoor dat de pilum een uiterst efficiënt projectielwapen was. Door de lange ijzeren schacht kon de speer een schild doordringen en de vijand achter zijn schild doorboren. Vaak bleef de pilum vastzitten in het schild, waardoor dit te zwaar en onhandig werd en moest achtergelaten worden. Doordat de schacht bij het neerkomen op de grond vaak plooide kon de speer niet teruggegooid worden door de tegenstander. Met een massale salvo van deze projectielen werd menig charge tot stand gebracht. Vaak sloeg de vijand reeds op de vlucht voordat het tot een hand tot hand gevecht kwam. |
|||||
|
Stootspeer (Hasta) |
|||||
|
De infanterie van de hulptroepen was niet bewapend met een pilum maar met een stootspeer met een bladvormige punt. Deze speer kon in noodgevallen ook geworpen werden, maar dat werd doorgaans niet gedaan. |
|||||
|
Kortzwaard (Gladius) |
|||||
|
Alle legionairs, en vele hulptroepen, waren gewapend met een kortzwaard dat oorspronkelijk van het Iberisch schiereiland afkomstig was. Tijdens de 1ste eeuw n. Chr. waren er verschillende modellen in omloop in het Romeinse leger. Het oudste model was het Mainz-type. Dit zwaard had een wespentaille en een schede die volledig met een versierde metaalplaat was bedekt. In de loop van de 1ste eeuw n. Chr. werd dit type voor een groot deel vervangen door een eenvoudigere en lichtere gladius, het zogenaamde Pompei-type. Dit zwaard had parallelle snijranden en een korte, driehoekige punt. De schede was voorzien van een metalen schedepuntbeschermer en metaalwerk aan de schedemond. In de literatuur wordt er vaak een 3de type onderscheden, namelijk het Fulham-type. Dit is echter eerder een slankere versie van de Mainz gladius dan een apart type. De gladius was in de eerste plaats een steekwapen, maar er kon desnoods ook mee gehouwen worden. Gewone soldaten droegen het zwaard rechts. Dit om het zwaard te kunnen trekken zonder de slagorde te verbreken. De centurio of honderdman droeg zijn gladius aan de linkerzijde. Voor onderofficieren zoals de veldtekendragers lijkt er op dit vlak geen vaste regel te zijn geweest. De gladius kon op verschillende manieren gedragen worden. Een mogelijkheid die gedurende de ganse 1ste eeuw n. Chr. werd gebruikt was het bevestigen van het zwaard aan een gordel om het middel. Soldaten die dit deden droegen dus twee gordels om het middel: de militaire gordel en de zwaardriem. Vanaf het midden van de 1ste eeuw n. Chr., waarschijnlijk in samenhang met de wijdere verspreiding van de lorica segmentata, werd de gladius ook vaak aan een aparte schouderriem gedragen. |
![]() Van links naar rechts: Pompei-type, Fulham-type, Fulham-type, Mainz-type.
Van links naar rechts: Pompei-type, Fulham-type, Mainz type. |
||||
|
Slagzwaard (Spatha) |
|||||
|
De spatha was een slagzwaard met parallelle snijranden. Dit type zwaard werd door de Romeinen van de Kelten overgenomen. In de 1ste eeuw n. Chr. werd de spatha in het Romeinse leger gedragen door de ruiterij en door een aanzienlijk deel van de Keltische hulptroepen. Vaak behielden deze hulptroepen een deel van hun traditionele militaire uitrusting. |
|||||
|
Dolk (Pugio) |
|||||
|
Vele legionairs en soldaten van de auxilia droegen een dolk die qua vorm gebaseerd waren op dolken die oorspronkelijk door de Iberiërs gedragen werden. De Romeinse soldaat investeerde vaak een grote som geld in de aankoop van een pugio. De doorgaans rijkelijk met email en zilverinlegwerk versierde dolken waren eerder statussymbolen dan functionele wapens. |
|||||
|
Boog (Arcus) |
|||||
![]() Boogschutter met Romeinse uitrusting |
Sommige volkeren die door de Romeinen overwonnen waren en auxilia soldaten aan het Romeinse leger leverden waren zeer bedreven in het boogschieten. Bij de hulptroepen bestonden er gespecialiseerde eenheden van zogenaamde sagitarii. Waarschijnlijk bevatte ook ieder legioen wel een contingent boogschutters. Boogschutters in het Romeinse leger maakten gebruik van zeer krachtige reflexbogen. Ze werden voor een groot deel gebaseerd op de bogen die door de Scythische volkeren werden gedragen. De bogen waren samengesteld uit verschillende lagen hout, hoorn, been en zenuwen. Er werd geschoten met gevederde houten pijlen. De pijlpunten waren soms van brons, meestal van ijzer. Er waren vele verschillende types pijlpunten in gebruik, al naargelang het doelwit. |
![]() Auxilia boogschutter met traditionele uitrusting |
|||