De Tempel

HOME

 
     
 

Tempelgebouw | Priesterschappen | Publieke religie | Private religie | Ceremoniën | Kledij | Fasti

 
     
  Welkom in de tempel.  
     
 

Door het bewaren van de Pax Deorum - de Vrede met de Goden - verzekerden de Romeinen de goedwil van de goden.  De Oppergod Iupiter stelde geen grenzen in tijd en ruimte aan de macht van het Romeinse volk en onder de goddelijke bescherming bouwden de Romeinen doorheen de eeuwen hun Rijk uit.

 
     
 

Een kort overzicht van de religieuze geschiedenis van Rome vindt u onderaan deze pagina.

Bewaar de Pax Deorum en bezoek de talrijke tempelgebouwen van Rome.

Wilt u meer weten over de priesters?  Ga dan een kijkje nemen bij de priesterschappen.

De Romeinse godsdienst bestond uit een publieke en een private religie.  Ontdek het onderscheid op de daarvoor voorziene pagina's.

Neem deel aan één van de vele ceremoniën die gehouden worden ter ere van de goden.

Als priester(es) moet u zich aan bepaalde kledingsregels houden.  Lees hier meer over onder 'kledij'.

Nooit gehoord van de fasti?  Ga dan maar eens snel kijken.

 
     
 

Religieuze geschiedenis

       
     
 

            Terwijl de politieke geschiedenis van Rome onderverdeeld wordt in drie delen: Koningstijd (753 – 509 v. Chr.), Republiek (509 – 27 v. Chr.) en Keizertijd (27 v. Chr. – 476 n. Chr.) volgt de religieuze geschiedenis een andere weg.  Rüpke[1] stelt het volgende voor.  De voorgeschiedenis loopt van 1000 v. Chr. tot 625 v. Chr. met als belangrijkste de aanleg van het forum.  Bij het begin van het eerste millenium voor Christus vormt zich het Latijnse volk en tijdens de voorgeschiedenis doorliepen ze de Late Bronstijd, de Vroege Ijzertijd en de Oriëntaliserende fase.  Voor deze laatste fase zijn grafvondsten de belangrijkste bronnen.  Graven werden in die periode nog 30 of 40 jaar na de begraving verzorgd wat wijst op de dodencultus die bij de Romeinen nog aanwezig was.

De volgende fase is de urbanisering van 625 tot 300 v. Chr. en eindigt met de Lex Ogulnia.  Deze wet (Lex) vergrootte de priestercolleges van drie, vier of vijf personen naar negen bij de Auguren en Pontifices.  Het doel hiervan was dat de plebejers een plaats in deze colleges kregen die ervoor uitsluitend patricisch waren.  De wet was het begin van de politiseringsfase dat beëindigd werd in 196 v. Chr. met de stichting van het laatste grote priestercollege, de Tresviri epulonum.

De laatste fase is die van de Hellenisering van 186 tot 42 v. Chr.  Deze fase begint met het senaatsbesluit tegen de Bacchanalia en eindigt met het vergoddelijken van Caesar.

Naast hetgene wat Rüpke voorstelt, waren er enkele belangrijke keerpunten in de Romeinse religieuze geschiedenis.  Een eerste crisis duikt op met de eerste twee Punische Oorlogen in de tweede helft van de derde eeuw voor Christus.  Vanwege de vele nederlagen, zochten de Romeinen hun heil in andere goden die voornamelijk uit het Oost-Mediterrane gebied kwamen.  Deze culten werden op een andere manier beleefd.  Terwijl de Romeinse godsdienst openbaar was, werden deze culten achter gesloten deuren gevierd.  Dit alles leidde tot de crisis met de Bacchanalia en het senaatsbesluit dat er tegen optrad.

Een tweede keerpunt kwam er met de Keizertijd.  De keizerscultus werd geïntroduceerd en tempels werden opgericht voor de keizer en de vergoddelijkte keizers die hem waren voor gegaan.

Een laatste keerpunt is er onder Constantijn in het begin van de vierde eeuw n. Chr.  In 313 vaardigde hij het edict van Milaan uit dat de Romeinse burgers godsdienstvrijheid gaf en er een einde kwam aan de christenvervolgingen.

[1]J. Rüpke (2001) Die Religion der Römer: eine Einführung, München.

 

naar boven