De
Tempel |
||||
|
Tempelgebouw | Priesterschappen | Publieke religie | Private religie | Ceremoniën | Kledij | Fasti |
||||
|
Tempelbouw |
||||
|
Tijdens de Republiek werden er meer dan tachtig tempels gewijd. Dit wijst op de enorme flexibiliteit van de Romeinse religie maar ook dat zowel politieke als religieuze factoren de bouw van een tempel beïnvloedden. In de Keizertijd daalt het aantal tempels. Deze werden nu hoofdzakelijk gebouwd voor de keizers of de dynastieke goden. Het tot stand komen van een tempel bestond uit drie stappen. De eerste stap was de gelofte. Meestal gebeurde dit door een generaal die een tempel beloofde in ruil voor militair succes. Daarnaast kon ook de Senaat een tempel beloven na de consultatie van de Sibyllijnse Boeken. De tweede stap was het bouwen van de tempel. Hoewel men zou denken dat de zegevierende generaal de tempel financierde met zijn oorlogsbuit en hem gebruikte als herdenkingsmonument en om zijn persoonlijke ambitie kracht bij te zetten, zien we echter dat de tempelbouw meestal door de Senaat betaald werd. De laatste stap was de wijding van de tempel. Er werd een feestelijke ceremonie gehouden die dikwijls gevolgd werd door spelen. Deze dag, de dies natalis van de tempel, werd ieder jaar gevierd. Op deze dag werd ook de Lex Templi opgesteld die de regeling van de cultische gebruiken bepaalde en de cultuskalender van de tempel opstelde. Een tempel werd beloofd aan een god om hulp af te smeken of als dank voor de verleende hulp. Één vijfde van de Republikeinse tempels kwam tot stand na interne, burgerlijke situaties tussen Romeinen en hun goden. Hieronder kan men plagen, droogten maar ook muiterijen enzovoort verstaan. De andere vier vijfden volgden op externe militaire situaties met buitenlandse vijanden. Meer dan de helft van deze tempels komen er na de geloften van generaals. Bijna een kwart waren het gevolg van de eerste Punische oorlog en twee tempels kwamen er op aanraden van de Sibyllijnse Boeken tijdens de tweede Punische oorlog. De oorlogsbuit of manubiae van de generaals werd enkel voor een deel gebruikt om de tempeldecoratie te betalen. De inwijding van de tempel gebeurde door één persoon. Indien deze niet aanwezig kon zijn of gestorven was, namen de duumviri aedi dedicandae – een speciale afdeling die voor tempelinwijdingen zorgde – het over. Tien inwijdingen van tempels staan op hun naam.
|
||||
|
"Traditionele" Romeinse tempelarchitectuur |
||||
| De traditionele Romeinse tempel greep terug naar de Etruskische tempelarchitectuur. De tempel stond op een hoog podium en was enkel langs één zijde - via een grote trap - toegankelijk. De cella was in drie verdeeld, mogelijk voor de verering van drie goden. Voor de cella stonden twee rijen van vier zuilen. | ||||
Etruskische tempel
|
Griekse peripteros
|
|||
|
Vanaf de Late Republiek bestaat de Romeinse tempelarchitectuur uit een vermenging van Italisch-Etruskische en Grieks-Hellenistische elementen. Het hoge podium en de frontaliteit kwamen uit de inheemse traditie. Door Griekse invloeden werden de tempels meer langwerpig en door zuilen omgeven (peripteros). Een variant hierop was een tempel die langs drie zijden omgeven werd door zuilen en tegen een achtermuur stond (peripteros sine portico) zoals de tempel van Mars Ultor te Rome. Naast de rechthoekige tempels bestonden er ook tempels met een ronde cella, zoals de oude tempel van Vesta op het Forum. Tempels werden gebouwd volgens verschillende bouworden - "Tuscaans", Dorisch, Ionisch of Korinthisch. De laatste kende het meeste succes vanwege zijn rijke decoratie. Romeinen combineerden ook vaak de verschillende bouworden en creëerden zo een eigen "composiete" stijl. Af en toe hadden de kapitelen van een tempel een speciale vorm die meestal in verband stond met de vereerde godheid. Het podium en grote delen van de bovenbouw waren meestal uit beton die daarna bekleed werden met marmerplaten of stuc. De gedetailleerde versierde blokken - zuilen, kapitelen, architraven en kroonlijsten - werden steeds meer gemaakt uit marmer. Bij de overgang naar de Keizertijd werd ook de binnenzijde van de tempel meer monumentaal uitgewerkt met veelkleurige steensoorten. Sommige tempels hadden achteraan de cella nog een absis of kregen een enkele of dubbele rij zuilen langs de zijmuren. |
||||
|
Romeinse tempel |
|
|||
|
Het Pantheon volgt een echt Romeins schema dat voordien nog niet in de tempelarchitectuur werd toegepast. De tempel werd oorspronkelijk door Agrippa gebouwd maar werd later door Hadrianus vervangen waardoor het een andere oriëntatie kreeg. De ronde cella heeft een diameter en een hoogte van 43 meter. De bouwmaterialen in het dak werden steeds lichter naarmate met hoger ging, zodat de koepel het gewicht kon dragen. De volledige koepel rust op acht pijlers, aangezien de omtreksmuur van het Pantheon opengewerkt is met halfronde en trapezoïdale nissen. Vooraan staat een rechthoekige pronaos in traditionele vorm. Deze zorgde ervoor dat de rondbouw amper zichtbaar was. |
||||